Gedragsregels

Gedragsregels van HAAG Atletiek

(vastgesteld door de ledenraad op 26 mei 2011) 


1. HAAG Atletiek is een sportvereniging waarin een cultuur heerst van openheid, veiligheid en respect voor elkaar. Begeleiders (trainer, coach, fysiotherapeut, arts, masseur, psycholoog, wedstrijdfunctionaris, scheidsrechter, medewerker, bestuurder, meehelpende familie) en sporters onderling zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.

2. Begeleiders en sporters onderling onthouden zich ervan een sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast en verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.

3. Begeleiders en sporters onderling onthouden zich van elke vorm van machtsmisbruik of (seksuele) intimidatie tegenover een sporter.

4. Begeleiders en sporters onderling raken een sporter niet op zodanige wijze aan, dat deze de aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

5. Begeleiders en sporters onderling onthouden zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.

6. Begeleiders en sporters onderling respecteren elkaars persoonlijke grenzen.

7. De begeleider geeft de sporter geen (im)materiële vergoedingen met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook aanvaardt de begeleider geen financiële beloning of geschenken van de sporter, die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.

8. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

9. De begeleider gaat tijdens training(stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect om met de sporter en de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

10. Begeleiders en sporters onderling beschermen de sporter tegen schade en machtsmisbruik als gevolg van (seksuele) intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, werken begeleiders en sporters onderling samen met deze personen of instanties, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

11. De begeleider ziet er actief op toe dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert, dat niet in overeenstemming is met deze regels, spreekt hij de betreffende persoon daarop aan. Ook een sporter die grensoverschrijdend gedrag signaleert meldt dit.

12. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, is het de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.